jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

werkwoordspelling: werkwoordspelling en bijvoeglijk naamwoord 1

In deze oefening komen allerlei verschillende vormen van het werkwoord aan bod én het voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt. Het is dus belangrijk dat je de verschillende vormen van het werkwoord herkent en dat je alle regels van de werkwoordspelling kent en goed toepast.

Bij de persoonsvorm kies je voor de tegenwoordige tijd, behalve als uit de zin blijkt dat het de verleden tijd moet zijn. Je vult de juiste werkwoordsvorm in of het voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruikt. 

1: Manoah (hebben) zijn straf (aanvaarden) .

2: Otis (aanvaarden) zijn straf.

3: Gisteren (aanvaarden) Piet zijn straf.

4: De (aanvaarden) straf (blijken) het overschrijven van een deel van het woordenboek te (zijn) .

5: Isa (hebben) het altijd al (willen) (zeggen) tegen haar.

Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende oefening

  • oefening naam