jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: de stam 1

Score

0%


Zet de werkwoorden in de tegenwoordige tijd en in de ik-vorm (de aangepaste stam).

1: lopen -

2: rennen -

3: braden -

4: lachen -

5: poetsen -

6: praten -

7: bewegen -

8: houden -

9: raden -

10: duwen -

11: ruiken -

12: proeven -

13: slaan -

14: koken -

15: bakken -

16: eten -

17: snoepen -

18: veranderen -

19: raken -

20: liegen -





Uitleg over: de stam
volgende oefening:
de stam 2

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.