jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: persoonsvorm TT hij zij het 3

Score

0%


1: Hij (laden) de vrachtwagen.

2: Hij (vermijden) altijd die moeilijke situaties.

3: Hoe laat (worden) hij meestal wakker?

4: Hij (ontwaken) meestal om 7 uur ’s ochtends.

5: (schieten) hij altijd op vogels?

6: Ja, helaas (genieten) hij daarvan.

7: Hij (zorgen) wel heel goed voor zijn kat.

8: Hij (leiden) de grootste afdeling van het bedrijf.

9: Hij (lijden) wel erg onder veel stress.

10: (ondervinden) hij hinder van de crisis?





Uitleg over: pv tegenwoordige tijd
vorige oefening:
persoonsvorm TT hij zij het 2
volgende oefening:
persoonsvorm TT hij zij het 4

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm TT

Persoonsvorm VT

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2012. Alle rechten voorbehouden.