jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

werkwoordspelling: persoonsvorm TT hij zij het 2

Score

0%


1: Hij (kijken) iedere dag op zijn blog.

2: Hij (wieden) de tuin.

3: Het (hagelen) morgen in ieder geval.

4: (worden) hij iedere dag dikker?

5: (houden) hij veel van zijn vriendin?

6: Hij (maken) wel veel ruzie met haar.

7: In week 4 (zullen) hij op stage gaan.

8: In de toekomst (worden) hij veel vaker gevraagd voor dit werk.

9: Hij (branden) zijn vingers aan de oven.

10: Hij (verbeelden) zich nogal veel.





Uitleg over: pv tegenwoordige tijd
vorige oefening:
persoonsvorm TT hij zij het 1
volgende oefening:
persoonsvorm TT hij zij het 3

Oefeningen:

Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.