jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

Alle werkwoordstijden

In de Nederlandse taal hebben we acht verschillende werkwoordstijden. Ik heb van alle werkwoordstijden twee voorbeeldzinnen gemaakt.

Bij een deel van de werkwoordstijden heb ik oefeningen gemaakt.


  • o.t.t.: onvoltooid tegenwoordige tijd
    • Ik eet een appel.
    • Ik ga naar de stad.
  • o.v.t.: onvoltooid verleden tijd
    • Ik at een appel.
    • Ik ging naar de stad.
  • v.t.t.: voltooid tegenwoordige tijd
    • Ik heb een appel gegeten.
    • Ik ben naar de stad gegaan.
  • v.v.t.: voltooid verleden tijd
    • Ik had een appel gegeten.
    • Ik was naar de stad gegaan.
  • o.t.t.t.: onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd
    • Ik zal een appel eten.
    • Ik zal naar de stad gaan.
  • v.t.t.t.: voltooid tegenwoordige toekomende tijd
    • Ik zal een appel hebben gegeten./ Ik zal een appel gegeten hebben.
    • Ik zal naar de stad zijn gegaan./ Ik zal naar de stad gegaan zijn.
  • o.v.t.t.: onvoltooid verleden toekomende tijd
    • Ik zou een appel eten.
    • Ik zou naar de stad gaan.
  • v.v.t.t.: voltooid verleden toekomende tijd
    • Ik zou een appel hebben gegeten./ Ik zou een appel gegeten hebben.
    • Ik zou naar de stad zijn gegaan./ Ik zou naar de stad gegaan zijn.

Voor € 12,- € 9,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!

Volgende oefening

  • oefening naam