jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

De zinsdelen

Uitleg

Je kunt een zin in delen verdelen: de zinsdelen of zinsdeelstukken. Het is belangrijk om een zin in zinsdelen te kunnen verdelen als je aan de slag gaat met redekundig ontleden. Je gaat dan namelijk ieder zinsdeel benoemen. Een zinsdeel is een stukje zin met een bepaalde functie: bijvoorbeeld een plaats of een tijd. 


Er is een heel gemakkelijke manier om dat te doen. Onthoud het volgende: 


  • Alles wat voor de persoonsvorm staat of kan staan is één zinsdeel.
  • Een zinsdeel is meestal te vervangen door één woord.

Zodra je dus weet wat de persoonsvorm is , maak je steeds (in je hoofd) een andere zin. Tussen de zinsdelen zet je streepjes. Oefen hier met het vinden van de persoonsvorm of lees de uitleg over de persoonsvorm. Het is erg belangrijk dat je eerst de persoonsvorm vindt en pas daarna verdeel je de zin in zinsdelen. 


Kijk naar de volgende zinnen.


  • Sanne en Maartje hebben dat cadeau op maandag aan Greetje gegeven.


  • Op maandag| hebben| Sanne en Maartje| dat cadeau| aan Greetje| gegeven.
  • Dat cadeau| hebben| Sanne en Maartje| op maandag| aan Greetje| gegeven.
  • Aan Greetje| hebben| Sanne en Maartje| op maandag| dat cadeau| gegeven.
  • Zij| hebben| dat| toen| aan haar| gegeven. 

De zinsdelen zijn dus: Sanne en Maartje | hebben | dat cadeau | op maandag| aan Greetje | gegeven.


Let op: maak een zinsdeel zo lang mogelijk, maar een plaats en een tijd zijn natuurlijk wel aparte zinsdelen.


Oefen hier met het verdelen van zinnen in zinsdelen. In deze oefening geef je steeds eerst aan wat de persoonsvorm is en daarna verdeel je de zin in zinsdelen verdelen. 


Voor € 12,- € 9,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!

Volgende oefening

  • oefening naam