jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

Het lijdend voorwerp: lv

Uitleg

Het lijdend voorwerp is een onderdeel van het redekundig ontleden. Het lijdend voorwerp is onderdeel van de schoolgrammatica en wordt ook zinsontleding of zinsdeelbenoeming genoemd. De Latijnse naam voor lijdend voorwerp is direct object en de afkorting is lv. 


Volgorde redekundig ontleden

Als je een zin redekundig gaat ontleden, dan is het belangrijk een vaste volgorde te gebruiken: persoonsvorm (pv), zinsdelen, gezegde, onderwerp (ow) en dan pas het lijdend voorwerp (lv).

Let op: je kunt ook eerst het gezegde in de zin zoeken en dan pas de zinsdelen maken.


Het lijdend voorwerp herkennen

Een zin kan een lijdend voorwerp bevatten, maar dat hoeft niet. Er staat altijd maximaal één lijdend voorwerp in de zin. 


Het lijdend voorwerp (lv) kun je vinden door de volgende vraag te stellen:

  • lijdend voorwerp: wie/wat + gezegde + onderwerp?
    • lv: wie/wat + gezegde + ow?
    • Op de plaats van 'gezegde' en 'onderwerp' vul je het gevonden gezegde en het gevonden onderwerp in. 

Let op: een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.



Voorbeelden

  • Hij heeft een voetbal gevonden.
    • persoonsvorm:
        • heeft
    • zinsdelen maken:
        • Hij/heeft/een voetbal/gevonden.
    • gezegde: 
        • heeft gevonden
    • onderwerp:
        • hij
    • lijdend voorwerp: 
      • wie/wat + gezegde + onderwerp?: 
      • wie/wat heeft hij gevonden?: 
        • een voetbal

Het lijdend voorwerp is: een voetbal



  • Vorige week wilden Bart, Kees en Ben een cadeaubon gaan kopen.
    • persoonsvorm:
        • wilden
    • zinsdelen maken: 
        • Vorige week/wilden/Bart, Kees en Ben/een cadeaubon/gaan kopen.
    • gezegde:
        • wilden gaan kopen
    • onderwerp:
      • wie/wat wilden gaan kopen?: 
        • Bart, Kees en Ben
    • lijdend voorwerp: 
      • wie/wat + gezegde + onderwerp?:
      • wie/wat wilden Bart, Kees en Ben gaan kopen?: 
        • een cadeaubon

Het lijdend voorwerp is: een cadeaubon


Voorbeeldzinnen

Een lijdend voorwerp kan uit één woord bestaan of uit meerdere woorden. 

  • Ik heb dat mooie cadeau gegeven.
  • Hij leert Franse woordjes.
  • Oma leest een boek voor aan haar kleinkinderen.
  • Roep jij haar voor het eten?


Sommige werkwoorden hebben altijd of vaak een lijdend voorwerp bij zich en sommige werkwoorden nooit. 

  • Ik maak iets.
  • Hij maakt een pannenkoek.
  • Zij maakt zijn auto.


  • Ik geef iets.
  • Oma geeft een kus.
  • De docent geeft een compliment


Opdrachten maken

In alle opdrachten van redekundig ontleden gebruik je dezelfde volgorde bij het ontleden. Dus als je de opdrachten gaat maken over het lijdend voorwerp, dan ga je in die opdrachten ook de persoonsvorm benoemen, de zin in zinsdelen verdelen en het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp aangeven. 


Maak de opdrachten over het lijdend voorwerp.



Voor € 12,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!

Volgende oefening

  • oefening naam