jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

inloggen

woordsoorten: Bezittelijk voornaamwoord 2

In deze oefening ga je oefenen met het herkennen van het bezittelijk voornaamwoord. Lees eerst de uitleg over het bezittelijk voornaamwoord.

Klik op de bezittelijk voornaamwoorden om ze te selecteren. 

1: Mijn kamer is een grote bende terwijl zijn kamer erg schoon is.

2: Van onze ouders moet ik mijn kamer schoonmaken. En voor straf ook hun kamer.

3: Jouw schrift lag in hun kamer en ons boek lag daar ook.

4: Op het schrift stonden de woorden 'uw huis is niet het uwe'.

5: Ik wil jouw schift houden, want jij hebt nog steeds mijn nieuwe spelcomputer.

6: Ik heb nu de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.

7: Ik wil dus snel mijn computer terug, het is ook de mijne!

8: Een jongen uit mijn klas heeft ook een leuk spel, maar het is eigenlijk van zijn vader.

9: Die vader is gek op games en alle spellen in hun huis zijn dan ook de zijne.

10: Maar ik ga nu eindelijk die kamer poetsen met uw schoonmaakspullen.


Voor € 12,- € 9,- per jaar kun je een jaar lang alle oefeningen maken. Bestel nu!
Inloggen
Score
0%

Volgende oefening

  • oefening naam