jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordenschat: invullen 2

Score

0%


1: Zij heeft het op de tong.

2: Dat is een in 't bakkie!

3: Jij mag je wel spoelen!

4: Wie zal de bij de hoorns vatten?

5: Hij ziet er als een tegenop.

6: Zij springt een in de lucht.

7: Als het verdronken is, dempt men de put.

8: Zij strijkt met haar over haar hart.

9: Het achter de wagen spannen.

10: Krakende lopen het langst.





vorige oefening:
invullen 1
volgende oefening:
invullen 3

Oefeningen:

spreekwoorden en gezegdes

vergelijkingen

afkortingen

synoniemen

dit of dat

woordenschat

trappen van vergelijking

iemand uit

Latijnse grammaticale begrippen

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.