Het persoonlijk voornaamwoord: pers. vnw
Uitleg
Het persoonlijk voornaamwoord is een onderdeel van taalkundig ontleden (woordsoortbenoeming). De Latijnse naam is pronomen personale en de afkorting die vaak wordt gebruikt is pers. vnw.
Het persoonlijk voornaamwoord verwijst naar een persoon, een groep personen, voorwerpen of onzichtbare zaken.
Alle woorden die persoonlijke voornaamwoord kunnen zijn, staan in het schema:
Onderwerpsvorm/ | Voorwerpsvorm | |
Enkelvoud | ||
Eerste persoon | ik | mij (me) |
Tweede persoon | jij (je) | jou (je) |
u | u | |
Derde persoon | hij | hem |
zij (ze) | haar | |
het | het | |
Meervoud | ||
Eerste persoon | wij (we) | ons |
Tweede persoon | jullie | jullie |
u | u | |
Derde persoon | zij (ze) | hun, hen, ze |
Onderwerpsvorm: deze woorden worden in een zin als onderwerp gebruikt.
Voorwerpsvorm: deze woorden worden in een zin als lijdend voorwerp of als meewerkend voorwerp gebruikt.
Voorbeelden
- Ik ga naar jou.
- Jij gaat naar hem.
- Hij loopt naar haar.
- Wij gaan naar jullie.
- Jullie gaan naar ons.
- Zij gaan naar hen.
- Ik geef hun het cadeau.
- Ik geef de werkboeken aan hen.
- Het regent al de hele dag.
Let op:
'Het' kan dus ook pers. vnw. zijn! (het is alleen pers. vnw als het een apart zinsdeel is en je het door 'dat' kunt vervangen.
'Hun' kan niet in de zin als onderwerp worden gebruikt! Ze gaan (en dus niet: 'Hun...').
Oefen hier met het herkennen van het persoonlijk voornaamwoord of oefen met de verschillen tussen het persoonlijk voornaamwoord en bezittelijk voornaamwoord.