jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

woordenschat: slepen 3

Score

0%


1: Je moet   met de riemen die je hebt.

2: Hij heeft nog een appeltje met hem te   .

3: Zij heeft een   van goud.

4: Zij valt met haar neus in de   .

5: Maak je   maar nat!

6: De   valt niet ver van de boom.

7: Steek de   eens uit de mouwen.

8: Hij heeft   bloed.

9: Dat kan ze op haar   schrijven.

10: Het hangt hem de   uit.



hart borst handen roeien schillen blauw boter appel keel buik


vorige oefening:
slepen 2
volgende oefening:
slepen 4

Oefeningen:

spreekwoorden en gezegdes

vergelijkingen

Latijnse grammaticale begrippen

afkortingen

synoniemen

dit of dat

woordenschat

trappen van vergelijking

iemand uit

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.