Score
0%
1: Je moet met de riemen die je hebt.
2: Hij heeft nog een appeltje met hem te .
3: Zij heeft een van goud.
4: Zij valt met haar neus in de .
5: Maak je maar nat!
6: De valt niet ver van de boom.
7: Steek de eens uit de mouwen.
8: Hij heeft bloed.
9: Dat kan ze op haar schrijven.
10: Het hangt hem de uit.