jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord begint vaak met be-, ge-, ver- of ont-.


Een voltooid deelwoord eindigt op:

  • -d (regelmatig)
  • -t (regelmatig)
  • -en (onregelmatig)


Regelmatige werkwoorden (zwakke werkwoorden)

Een regelmatig werkwoord (een zwak werkwoord) eindigt op een -d of een -t. Als je niet weet of het voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt, dan kun je het langer maken (in de verleden tijd).


Dus:

  • Ik heb gerend. (want rende)
  • Ik heb gefietst. (want fietste)
  • Ik heb gepakt. (want pakte)

Uiteraard kun je ook 't kofschip gebruiken om te weten hoe je het voltooid deelwoord schrijft.


Hier kun je regelmatige voltooid deelwoorden oefenen.


Onregelmatige werkwoorden (sterke werkwoorden)

Een onregelmatig voltooid deelwoord is makkelijker om te schrijven, maar misschien moeilijker om te onthouden.


Dus:

  • gelopen
  • geslapen
  • bedrogen

Hier kun je onregelmatige voltooid deelwoorden oefenen.



Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Onvoltooid deelwoord ofwel tegenwoordig deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.