jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Zinsdelen

Uitleg

Je kunt een zin in delen verdelen: de zinsdelen. Er is een heel gemakkelijke manier om dat te doen. Onthoud het volgende: Alles wat voor de persoonsvorm staat of kan staan is één zinsdeel.


Zodra je dus weet wat de pv (persoonsvorm) is, maak je steeds (in je hoofd) een andere zin. Tussen de zinsdelen zet je streepjes.


Dus:

  • Ik heb dat cadeau op maandag aan Greetje gegeven.
  • Ik heb dat cadeau aan Greetje gegeven.
  • Dat cadeau heb ik aan Greetje gegeven.
  • Aan Greetje heb ik dat cadeau gegeven.


De zinsdelen zijn dus: Ik | heb | dat cadeau | aan Greetje | gegeven.


Let op: maak een zinsdeel zo lang mogelijk, maar een plaats en een tijd zijn wel aparte zinsdelen.



persoonsvorm

zinsdelen

werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.