jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

zinsontleding: meewerkend voorwerp 2

Score

0%


Eerst geef je de persoonsvorm (pv) aan, daar komt dan een streepje onder te staan. Daarna klik je op de plaatsen waar een zinsdeelstreepje moet komen te staan. Vervolgens geef je het werkwoordelijk gezegde (wwg) aan, het onderwerp (ow), het lijdend voorwerp (lv) en vervolgens het meewerkend voorwerp (mv). Let op: niet in alle zinnen staat een meewerkend voorwerp.

Selecteer de persoonsvorm en klik op nakijken. 

1: Ik geef morgen aan Piet een mooi cadeau.

2: De leerling geef ik een schop.

3: De leerling houdt van tuinieren.





Uitleg over: Meewerkend voorwerp (indirect object)
vorige oefening:
meewerkend voorwerp 1
volgende oefening:
meewerkend voorwerp 3

Oefeningen:

persoonsvorm

zinsdelen

werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.