jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

zinsontleding: bijwoordelijke bepaling 1

Score

0%


Eerst geef je de persoonsvorm (pv) aan, daar komt dan een streepje onder te staan. Daarna klik je op de plaatsen waar een zinsdeelstreepje moet komen te staan. Vervolgens geef je het werkwoordelijk gezegde (wwg) aan, het onderwerp (ow), het lijdend voorwerp (lv) en vervolgens het meewerkend voorwerp (mv). Let op: soms staan er meerdere bijwoordelijke bepalingen in één zin en soms staat er geen bijwoordelijke bepaling in een zin.

Selecteer de persoonsvorm en klik op nakijken. 

1: Ik geef morgen een cadeau aan Linde.

2: Morgen ga ik naar mijn oma.

3: Hans zit op een mooi bankje.

4: Om half één ga ik naar de huisarts.

5: Ik zie een mooie, rode auto op het fietspad rijden.





Uitleg over: Bijwoordelijke bepaling (adverbiale bepaling)
volgende oefening:
bijwoordelijke bepaling 2

Oefeningen:

persoonsvorm

zinsdelen

werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde

onderwerp

lijdend voorwerp

meewerkend voorwerp

bijwoordelijke bepaling

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.