jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Het wederkerend voornaamwoord: wederkerend vnw. (reflexief pronomen)

Het wederkerend voornaamwoord komt alleen voor in combinatie met een wederkerend werkwoord. Voorbeelden van wederkerende werkwoorden: zich schamen, zich ergeren, zich vergissen. Het zijn dus werkwoorden in combinatie met het woordje zich. Sommige werkwoorden zijn altijd wederkerend en sommige werkwoorden zijn soms wederkerend zoals het werkwoord: wassen.

  • Ik was me. (wederkerend)
  • Ik was. (niet wederkerend)

Het wederkerende voornaamwoord is eigenlijk dat woordje 'zich'. Het wederkerende vnw. verwijst naar de persoon die het onderwerp is. Het onderwerp komt nog een keer in een andere vorm terug.


In het onderstaande schema staan de wederkerende vnw. met daarachter een voorbeeldzin:


Enkelvoud Meervoud
  • ik schaam me
  • jij schaamt je
  • u schaamt zich (u)
  • hij/zij/het schaamt zich
  • wij schamen ons
  • jullie schamen je
  • u schaamt zich (u)
  • zij schamen zich


  • Ik erger me.
  • Jij ergert je.
  • U ergert u (zich).
  • Hij/zij/het ergert zich.
  • Wij ergeren ons.
  • Jullie ergeren je.
  • Zij ergeren zich.


Oefenen:


Tip: Om het wederkerende voornaamwoord in een zin te vinden, bestaat een handig trucje. Als je de zin in de derde persoon enkelvoud zet (de hij-vorm) dan verandert het wederkerend voornaamwoord in 'zich' en dat is wel makkelijk te herkennen.
Dus: Ik verveel me. -⊳ Hij verveelt zich.



Lidwoorden

Zelfstandig naamwoord

Bijvoeglijk naamwoord

Voorzetsels

Werkwoorden

Zelfstandige Werkwoorden

Hulpwerkwoorden

Koppelwerkwoorden

Persoonlijk voornaamwoord

Bezittelijk voornaamwoord

Wederkerend voornaamwoord

Wederkerig voornaamwoord

Vragend voornaamwoord

Aanwijzend Voornaamwoord

Betrekkelijk Voornaamwoord

Onbepaald Voornaamwoord

Bijwoord

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.