Score
0%
1: Linda vindt Nederlands even makkelijk geschiedenis.
2: De tas van Robin is zwaarder de tas van Manouk.
3: Stan was eerder klaar met zijn test Rob.
4: Anna heeft een mooier handschrift de juf.
5: Danny was even snel klaar met zijn werk Willem.
6: Reno was sneller klaar met de opdracht de meeste leerlingen uit de klas.
7: Dascha had een even hoog cijfer Jasmijn voor haar schrift.
8: Gijs was even vroeg op school Willem.
9: Evana had haar test later gemaakt Lotte.
10: Bregje had het journaal eerder gezien de rest van de klas.