jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Uitleg werkwoordspelling

Het is belangrijk om eerst te bepalen of het werkwoord een pv (persoonsvorm) is. Daarna kijk je of de pv in de tegenwoordige tijd staat of in de verleden tijd.

Tegenwoordige tijd

Als de pv in de tegenwoordige tijd staat zijn er maar drie mogelijkheden:

  • stam
  • stam+t
  • hele werkwoord (stam +en)
ik stam
jij stam+t
stam jij?
hij/zij/het stam+t
wij/jullie/zij hele werkwoord

Opmerking: Als jij er achter staat dan gebruik je dus alleen de stam!


Voorbeelden:

ik smurf
jij smurft
smurf jij?
hij/zij/het smurft
wij/jullie/zij smurfen
ik loop
jij loopt
loop jij?
hij/zij/het loopt
wij/jullie/zij lopen
ik word
jij wordt
word jij?
hij/zij/het wordt
wij/jullie/zij worden


Stam (ik-vorm)

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Persoonsvorm verleden tijd

Voltooid deelwoord

Persoonsvorm TT en VT

Persoonsvorm of voltooid deelwoord

Regelmatige werkwoorden

Onregelmatige werkwoorden

Wederkerende werkwoorden

werkwoorden uit het Engels

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.