jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Alle werkwoordstijden

In de Nederlandse taal hebben we acht verschillende werkwoordstijden. Ik heb van alle werkwoordstijden twee voorbeeldzinnen gemaakt.


  • o.t.t.: onvoltooid tegenwoordige tijd
    • Ik eet een appel.
    • Ik ga naar de stad.
  • o.v.t.: onvoltooid verleden tijd
    • Ik at een appel.
    • Ik ging naar de stad.
  • v.t.t.: voltooid tegenwoordige tijd
    • Ik heb een appel gegeten.
    • Ik ben naar de stad gegaan.
  • v.v.t.: voltooid verleden tijd
    • Ik had een appel gegeten.
    • Ik was naar de stad gegaan.
  • o.t.t.t.: onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd
    • Ik zal een appel eten.
    • Ik zal naar de stad gaan.
  • v.t.t.t.: voltooid tegenwoordige toekomende tijd
    • Ik zal een appel hebben gegeten./ Ik zal een appel gegeten hebben.
    • Ik zal naar de stad zijn gegaan./ Ik zal naar de stad gegaan zijn.
  • o.v.t.t.: onvoltooid verleden toekomende tijd
    • Ik zou een appel eten.
    • Ik zou naar de stad gaan.
  • v.v.t.t.: voltooid verleden tegenwoordige tijd
    • Ik zou een appel hebben gegeten./ Ik zou een appel gegeten hebben.
    • Ik zou naar de stad zijn gegaan./ Ik zou naar de stad gegaan zijn.


Het alfabet

Interpunctie

Afbreken

Lidwoorden invullen

Aanwijzend voornaamwoord invullen

Wederkerende voornaamwoorden invullen

Werkwoordstijden

NT2

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.