jufmelis.nl

Nederlands is niet moeilijk, gewoon even oefenen

Komma's

Er zijn heel veel redenen om komma's te schrijven. De belangrijkste reden is dat een komma een tekst leesbaarder maakt. Een komma geeft meestal een rustpauze aan. Te veel komma's maakt een zin juist weer minder goed leesbaar, dan is het handiger om meerdere korte zinnen te maken.


Er zijn een aantal basisregels voor het gebruik van de komma. Let op: over de komma's bestaat veel discussie. Ik probeer het zo helder en kort mogelijk uit te leggen en hopelijk wordt het nu iets duidelijker en makkelijker.


De basisregel: neem een korte pauze, schrijf een komma.


Opsomming: Een komma wordt gebruikt tussen de verschillende onderdelen van een opsomming.

  • Ik hou van appels, bananen en perziken.
  • Sanne, Jelleke en Femke gingen op vakantie.

Oefenen: komma 1, komma 2, komma 3, komma 4, komma 5 en komma 6


Tussen gelijkwaardige bijvoeglijk naamwoorden: Een komma staat tussen gelijkwaardige bijvoeglijk naamwoorden. (Als je de bijvoeglijk naamwoorden niet kunt omdraaien, zijn ze niet gelijkwaardig.) Hiermee wordt bedoeld dat er meerdere bijvoeglijk naamwoorden iets over hetzelfde zelfstandig naamwoord zeggen.

  • De lieve, kleine meid weet al zo veel.
  • De saaie, vervelende, oude, stoffige en totaal oninteressante lesstof werd gelukkig heel boeiend gebracht.

Geplakte zinnen: Een komma scheidt twee verschillende werkwoordelijke gezegdes van elkaar bij een samengestelde zin. Dat betekent dat wanneer twee zinnen aan elkaar geplakt zijn, er een komma tussen staat. Het makkelijkst is dat te zien wanneer twee persoonsvormen naast elkaar staan.

  • Als je morgen niet komt, hoef je nooit meer te komen.
  • Als je bij me blijft, zal ik het nooit meer doen.
  • Kom van dat dak af, ik waarschuw niet meer!

Maar, want: Je zet voor 'maar' en 'want' een komma.

  • Ik wilde je graag heel veel laten oefenen op jufmelis.nl, want dan gaat het spellen vast veel beter.
  • Ik hoop dat je op mijn verjaardag komt, maar ik snap als het niet lukt.

Verbindingen: Je zet een komma voor woorden die twee zinnen aan elkaar verbinden bij samengestelde zinnen. Dit zijn woorden als: zodat, dat, omdat, doordat, daardoor, hierdoor, etc.
  • Ik wil graag met je trouwen, omdat ik ongelofelijk veel van je hou.
  • Sonja heeft haar voet gebroken, daardoor kan ze de komende wedstrijden niet spelen.

Tja: Je zet (meestal) een komma voor of na woorden als: ach, hè, tja, nietwaar, helaas.
  • Tja, dat is natuurlijk ook een vervelende situatie.
  • Jij houdt van tuinbonen, toch?

Brieven: In een brief zet je zowel na de aanhef als na de afsluiting een komma. Na de aanhef begin je overigens wel gewoon weer met een hoofdletter!
  • Met vriendelijke groeten,
  • Geachte mevrouw Melis,

Bijstelling: Een bijstelling wordt ook aangegeven met komma's. De bijstelling staat namelijk tussen komma's. In een bijstelling wordt iets gezegd over het voorafgaande zinsdeel. Het kan één woord of een woordgroep zijn. Bijvoorbeeld:
  • Mevrouw Melis, de docent Nederlands, gaat met de fiets naar school.

Niet: En: vóór 'en' (of erna) mag geen komma (de dit is vrijwel altijd waar, de uitzondering laat ik hier weg).
  • Ik hou van bananen en ik hou van appels.

Nogmaals, de duidelijkste regel is: Neem je even pauze, plaats dan een komma!



Het alfabet

Interpunctie

Afbreken

Lidwoorden invullen

Aanwijzend voornaamwoord invullen

Wederkerende voornaamwoorden invullen

Werkwoordstijden

NT2

Uitleg:

Copyright © jufmelis.nl 2008-2017. Alle rechten voorbehouden.